Je zou verwachten dat een goed businessplan en gezonde cijfers genoeg zijn om financiering rond te krijgen. Uit nieuw onderzoek van het CBS blijkt dat er nog iets anders meespeelt: het geslacht van de ondernemer. Vrouwelijke ondernemers vragen aanmerkelijk minder vaak externe financiering aan dan mannelijke, en als ze dat wel doen, is de kans op succes ook kleiner.
De cijfers komen uit de Financieringsmonitor van het CBS, gebaseerd op drie metingen tussen 2022 en 2024. Van de mannelijke ondernemers die financiering nodig hadden, zette 59 procent daadwerkelijk een aanvraag in. Bij vrouwelijke ondernemers was dat 47 procent. En van de vrouwen die wel een aanvraag deden, kreeg uiteindelijk 35 procent de financiering rond, tegenover 47 procent van de mannen.
Het verschil zit niet in de kwaliteit van de plannen
Het makkelijkste antwoord zou zijn dat vrouwen minder kredietwaardig zijn of minder overtuigende plannen indienen. Het CBS corrigeerde daarom voor bedrijfsomvang, sector, leeftijd en herkomst van de ondernemer, en de verschillen bleven grotendeels overeind. Met andere woorden: een bakkerij met vijf medewerkers en een gezonde omzet krijgt niet automatisch dezelfde behandeling, ongeacht wie er aan het roer staat.
Dat is opvallend, want banken geven mkb'ers de laatste tijd juist vaker groen licht voor krediet. De algehele trend gaat dus de goede kant op, maar het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke aanvragers verdwijnt daar niet in mee.
Waarom vrouwen minder vaak aankloppen
Het grootste gat zit niet eens bij de toekenning, maar bij de eerste stap. Bijna twee derde van de vrouwelijke ondernemers die financiering nodig hadden, klopte simpelweg niet aan bij een bank, investeerder of crowdfundingplatform. Onderzoekers wijzen op een paar terugkerende redenen:
- Vrouwen schatten hun slagingskans vooraf lager in, ook als hun cijfers vergelijkbaar zijn met die van mannelijke ondernemers
- Netwerken rond durfkapitaal en bancair krediet zijn van oudsher mannelijker samengesteld, waardoor introducties en warme contacten minder vanzelfsprekend lopen
- Vrouwen grijpen vaker terug op eigen spaargeld of geld van familie in plaats van externe financiering aan te vragen, ook als een lening eigenlijk voordeliger zou zijn
Dat laatste punt raakt aan iets dat elke ondernemer zou moeten doorrekenen: eigen geld inbrengen voelt veilig, maar het kan je juist afremmen. Wie alleen uit spaargeld groeit, wacht vaak jaren langer op een investering die met een lening morgen al gedaan kan worden.
Wat dit kost aan groei
Financiering is geen doel op zich, het is een hulpmiddel om sneller te groeien dan je cashflow toestaat. Een nieuwe medewerker aannemen, voorraad inkopen voor een grote order, een machine vervangen: dat zijn allemaal momenten waarop een lening het verschil maakt tussen een kans grijpen of een kans laten lopen. Als je vooraf al denkt dat de aanvraag toch wordt afgewezen, sla je die stap over, en daarmee ook de groei die eraan vastzit.
Dat verklaart mogelijk ook waarom bedrijven met alleen vrouwelijke oprichters relatief klein blijven vergeleken met bedrijven met mannelijke of gemengde teams. Het is niet per se een keuze voor kleinschaligheid, het kan net zo goed een gevolg zijn van minder toegang tot groeikapitaal.
Concrete stappen als je zelf aan de rand van die keuze staat
Herken je iets van bovenstaande, of twijfel je zelf of een aanvraag de moeite waard is? Een paar dingen die volgens adviseurs echt verschil maken:
- Vraag sowieso een offerte aan, ook als je twijfelt. Een afwijzing kost je een middag, geen aanvraag doen kost je misschien een jaar groei.
- Zoek een financieringsadviseur of accountant die je aanvraag meekijkt voordat je hem indient. Een tweede paar ogen haalt vaak zwakke plekken eruit die je zelf niet ziet.
- Kijk breder dan de huisbankier. Naast klassiek bankkrediet bestaan er inmiddels tientallen alternatieve routes, van crowdfunding tot factoring, met elk hun eigen criteria.
- Bouw aan een netwerk buiten je eigen bubbel. Brancheverenigingen en ondernemersnetwerken organiseren regelmatig bijeenkomsten specifiek gericht op financiering, en een warme introductie bij een investeerder werkt vaak beter dan een koude aanvraag.
Ook als je al eerder een van de mkb-subsidies hebt aangevraagd, is het de moeite waard om daarnaast een reguliere financieringsaanvraag te overwegen. Subsidies en leningen sluiten elkaar niet uit, en de combinatie geeft vaak meer ademruimte dan één route alleen.
Wat de politiek eraan probeert te doen
Het kabinet is zich bewust van het probleem. In de Kamerbrief over de ontwikkeling van de durfkapitaalmarkt, verstuurd in juni 2026, staat expliciet dat de toegang tot financiering voor alle ondernemers verbeterd moet worden, met specifieke aandacht voor groepen die nu ondervertegenwoordigd zijn. Ook de Borgstelling MKB-kredieten wordt gemoderniseerd, onder meer om digitale kredietverlening makkelijker te maken.
Dat soort maatregelen helpt, maar lost het onderliggende patroon niet vanzelf op. Zolang vrouwen vooraf al vaker afzien van een aanvraag, verandert er weinig aan de cijfers, hoe soepel de regeling zelf ook wordt.
Zelf de eerste stap zetten voordat je het laat liggen
Het meest concrete advies uit dit onderzoek is misschien ook het simpelste: laat de beslissing niet afhangen van een inschatting vooraf, maar van een daadwerkelijke aanvraag. Banken en financiers kijken naar je cijfers, niet naar wie er aan het bureau zit. Twijfel je of je businessplan sterk genoeg is? Leg het voor aan een adviseur, reken de scenario's door, en dien de aanvraag in. De cijfers van het CBS laten vooral zien dat het gat niet zit in wie financiering verdient, maar in wie ernaar durft te vragen.